Twee vrijbuiters in het Paradijs
van
Gaston-Marie Martens

Gespeeld in 1959


De slager en herbergier Bolle Verbuyck en de vagebond Rietje Rans zijn gewend om in hun Vlaamse dorpje op 5 december gekostumeerd rond te trekken als St Nicodemus en St Niklaas om arme kinderen met versnaperingen te bedenken. Na een rumoerige voorbereiding, waarbij de veldwachter zelfs in actie komt, trekken ze haastig uit bolle’s herberg naar buiten, waar zij worden aangereden door een auto. Zij worden voor dood binnengedragen en in hun bewusteloosheid hebben zij gezamenlijk een droom, die op het toneel zichtbaar wordt.
Met hun kostuums aan geraken zij in het voorportaal van de hel en worden als heiligen met onderscheiding behandeld. Door Alva, als portier, worden zij binnengeleid in de hel, die er uitziet als een nachtkroeg. Zij beleven er als hoge bezoekers, van wie wordt verondersteld, dat zij uit de hemel zijn afgedaald, omdat ze zich daar verveelden, allerlei schrikwekkende dingen. Zij worden teruggeleid naar de hemelpoort, waar St Pieter hen aan hun kostuums herkent en hen binnenlaat, zodat zij kunnen doordringen tot voor Gods troon.
Dan treden de echte St Nicodemus en St Nicolaas binnen.
St Pieter raakt in verwarring en vraagt het wachtwoord, dat de echte heiligen grif geven.
Maar Bolle en Rietje blijven in gebreke en worden ter verantwoording geroepen voor dit bedrog en voor hun aardse zonden. Zij smeken onze lieve vrouw hun advokaat te zijn en dank zij Haar verdediging mogen zij naar de aarde terug om hun leven te beteren.
Ontwakend uit hun bewusteloosheid bevinden zij zich in Bolle’s bed naast elkaar en merkt aan de brandene kaarsen, dat zij voor dood gehouden worden.
Zij willen weten, hoe er na hun dood over hen gesproken wordt en houden zich stil.
De reakties van hun nabestaanden ontroeren hen, als de doodkistenmaker komt om de maat te nemen wordt het hun toch te erg. Zij steken zich weer in kostuum en als een klein meisje in hun waardigheid blijkt te geloven, gaan zij tot grote vreugde van de nabestaanden weer hun jaarlijkse tocht maken, nadat zij elkaar beloofd hebben, dat zij hun leven zullen beteren.

Bron: Elise, catalogus op CD-rom van de NVA

Voorzijde van het programmaboekje