Madame de Sade (Sako koshaku fujin)
van Yukio Mishima
Regie: Dolly Boode

Gespeeld in 1969. Nederlandse première.

Ten huize van Madame de Montreuil maken we kennis met Barones de Simiane en Gravin de Saint-Fond die op bezoek komen. Onmiddellijk komt het gesprek op Alphonse, Markies De Sade, die met een dochter (Renée) van Madame de Montreuil is getrouwd.
Gravin de Saint-Fond vertelt het een en ander over de geruchtmakende leefwijze en handelwijze van de markies, met name wat zijn sexueel gedrag betreft. Barones de Simiane is diep geschokt, religieus als ze is, op het bezetene af. De Gravin geniet van haar eigen verhaal, omdat ze van dergelijke vleselijke genoegens, zelf ook niet afkerig is.
Madame de Montreuil representeert de orde, de wet en de moraal. Er is nog nooit een zweem van een schandaal rond haar persoon geweest en het doet haar dan ook geen plezier dat ze de beruchte, losbandige Markies De Sade als schoonzoon heeft gekregen. Ze schetst tegenover de bezoeksters hoe ze de afgelopen jaren heeft gevochten om de goede naam en eer van haar dochter te beschermen. Meermalen is zij erin geslaagd De Sade vrij te kopen als hij weer gearresteerd was.
Renée bleef en blijft door dik en dun trouw en toegewijd aan haar man, ook wanneer hij - met arrestatie bedreigd - naar Italië vertrekt.
De Sade wordt daarop bij verstek ter dood veroordeeld.
Madame de Montreuil doet pogingen om voor de markies gratie te verkrijgen.
Bij Renée dringt Madame de Montreuil erop aan dat zij haar man zal verlaten, zelfs al zou dat de connecties met de koninklijke familie in gevaar brengen, connecties waar Madame de Montreuil toch zeer veel waarde aan hecht. Renée weigert en geeft haar argumenten, met als laatste: "als mijn man een monster is van zedeloosheid, dan word ik een monster van toewijding." Ze smeekt haar moeder om Alphonse te redden.
De jongere dochter Anne komt haar moeder opzoeken. Ze vertelt ronduit dat ze zojuist is teruggekeerd van een reis door Italië met haar zwager. Madame de Montreuil is)perplex. Ze schrijft een petitie aan de koning.
De jeugdige Anne blijkt al haar principes overboord gegooid te hebben en zich in een bandeloos leven met haar zwager te hebben gegooid.
In het tweede bedrijf is er een confrontatie tussen de beide zusters. Anne brengt het bericht dat De Sade vrij is en Renée is opgetogen. Dan blijkt echter dat hij al weer is gearresteerd, door toedoen van Madame de Montreuil. Madame de Montreuil stelt in de rechtvaardiging van haar daad tegenover Renée dat ze aan háár geluk dacht. dat ze Renée wilde wakker schudden zodat ze Eindelijk zal breken met haar man. Hierop volgt wederom een gesprek over De Sade tussen moeder en dochter. Het gaat er hard aan toe, hard tegen harder. Renée's laatste woorden zijn: "Alphonse ben ikzelf!"

Derde bedrijf. Twaalf jaar zijn voorbijgegaan. Madame de Montreuil en haar dochters zijn zichtbaar ouder geworden. Alphonse zit nog steeds gevangen maar zal spoedig vrij komen door de afkondiging van een algemene amnestie, die te maken heeft met het uitbreken van de Franse Revolutie, negen maanden eerder.
Barones de Simiane komt op in een nonnenhabijt en we vernemen dan dat Renée heeft besloten de gelofte af te leggen en toestemming heeft gekregen om toe te treden tot de kloostergemeenschap waartoe de Barones behoort. Juist nu haar man zal vrijkomen heeft Renée het voornemen waar ze al jaren mee rondliep, naar ze zegt, doorgezet.
Wanneer het dienstmeisje, vertegenwoordigster van het volk, tenslotte De Sade aandient, zegt Renée "Vraag hem om weg te gaan. En zeg hem: 'De markiezin wil hem nooit meer zien."'
Deze regels vormen tegelijk de slotregels van het stuk.

Thema
Confrontatie van vijf vrouwen onderling, die elk in een andere relatie staan tot een afwezige mansfiguur.

Structuur
Eerste bedrijf- herfst 1772, een salon in het huis van Madame de Montreuil. Tweede bedrijf: september 1778, eveneens in de salon.
Derde bedrijf- april 1790. De Franse revolutie is in 1789 uitgebroken. Plaats van handeling is dezelfde salon.
Mishima plaatst de handeling in Frankrijk, in de 18e eeuw. De Sade leefde van 1740 - 1814.

Hoewel hij lijfelijk afwezig is, is de Markies De Sade toch de centrale figuur in dit stuk. Mishima observeert in het stuk een vijftal vrouwen in hun relatie tot De Sade en tot elkaar Van theatrale actie is geen sprake, alles speelt zich af in de dialogen en monologen. De woorden van de vrouwen schetsen stukje bij beetje het portret van De Sade.
Zowel De Sade. als Minhima werden gefascineerd door een aantal zaken als bloed, erotiek, macht, wreedheid en schoonheid.
In Mishinia’s observatie mengen feitelijk historische gegevens zich met geruchten en fantasieën en met Mishinia's psychologische analyse. Er ontstaan heftige, persoonlijke, verbale confrontaties. Mishina legt de gevoelens, hoop, illusies, perversiteit en frustraties van de vrouwen bloot, als het ware met een zwaard, dat voor hem het symbool was van de intrigerende relatie tussen tederheid en wreedheid.
Hierbij komt nog het feit dat de Franse Revolutie in 1789 uitbrak, waardoor bestaande waarde. en normen in het 18e eeuwse Frankrijk danig door elkaar geschud werden, hetgeen De Sade en de vouwen niet onberoerd liet.

Personages
Renée, de Markiezin de Sade.
Madarne de Montreuil, moeder
Anne, jongere zuster van Renée.
Barones de Siniane.
Gravin de Saint-Fond.
Charlotte, kamenier.

Achtergrondinformatie
De Japanse auteur Mishinia leefde van 1925 - 1970.
Hij schreef enkele, novellen, toneelwerk. Ook werkte hij aan enkele films mee.
Zijn rechtse sympathieën leverden nogal wat weerstand op en een theatergroep met welke hij gedurende tien jaar had samengewerkt zegde in 1963 om die reden de samenwerking op.
In 1964 wordt Mishinia als kandidaat-voor de Nobelprijs Literatuur beschouwd; deze ging echter naar zijn landgenoot Kawabata, in 1969.
In 1968 formeert Mishima privé-legertje, hetgeen door velen als waarzin wordt beschouwd.
In 1970 beraamt hij samen met een paar leden van zijn privé-legereen staatgreep, als decor voor zijn dood. De staagreep mislukt, de dood niet. In november 1970 pleegde hij zelfmoord (seppuku) door zich een ritueel zwaard in de buik te stoten.

Bron: Elise, catalogus op CD-Rom van de NVA